Willemsoord 29 A, 1781 AS, Den Helder
info@leunigcoaching.nl
0651054806

Mijn verhaal

“Op mijn elfde. Ja zo lang heb ik al een eetstoornis. Ik stond voor de spiegel en dacht: ik ben dik. Dat moet eraf. Ik zou aan de lijn gaan doen. Net als mijn oma destijds: geen suiker in de thee, niet snoepen, ontbijtkoek in plaats van een koekje, geen boter op mijn brood.” Miriam Leunig (44) blikt terug op haar prille jeugd. Waarin ze een eetstoornis ontwikkelde. Een waar ze tot voor kort mee liep. Maar het roer is om. “Daar waar ik was, daar wil ik nóóit meer komen. En dat gaat me lukken.” Omdat er nog een behoorlijk taboe op rust en erg veel onwetendheid is over eetstoornissen in vele vormen, doe ik hier mijn verhaal, in de hoop iets voor een ander te kunnen betekenen, en te laten weten dat je je niet hoeft te schamen, en dat je niet alleen bent.

“In mijn pubertijd deed ik gerust mee met vriendinnen hoor. Ik ging uit, at ook patat en dronk een borrel. Ook troostte ik mezelf soms, dan at ik stiekem op mijn kamer. Want eigenlijk voelde ik me toen al heel alleen en onzeker, terwijl ik er juist zo graag bij wilde horen. Dus toen ik 18 was en opmerkingen kreeg over mijn toenemende gewicht, was er maar een optie: lijnen. En dat ging me goed af. Ik kreeg complimenten dat ik afviel en er zo goed uitzag.

Ik voelde me sterk en zeker, ik had de controle. Het werd mijn houvast in deze wereld. Het leverde me dus vrij snel al heel veel op, ook toen ik op mijn 24e een schok te verwerken kreeg waardoor ik helemaal mijn identiteit kwijtraakte. Het enige wat nog vertrouwd en veilig voelde, was het hebben van mijn eetstoornis. Ondertussen was ik ook al fanatiek aan het hardlopen. Dwangmatig, ik moest van mezelf. Ik bleef maar afvallen en dat resulteerde uiteindelijk in een klinische opname in 1996. Braken en hardlopen waren hele hardnekkige verslavingen geworden. Ik was heel erg ziek, maar ik zag het zelf niet. Ik vond mijn leven te moeilijk en te zwaar om onder ogen te komen.

In 2000 was ik het spugen na een kleine vijf jaar letterlijk spuugzat. Ik zocht opnieuw hulp en kwam in een vijfdaagse dagbehandeling. Dat sloeg aan. Ik braakte niet meer en leerde mijn vriend kennen. Ik was gelukkiger dan ooit. Maar om in de dagbehandeling te mogen blijven, móest je aankomen, dus dat deed ik omdat ik beter wilde worden, maar innerlijk voelde dat aankomen echt verschrikkelijk. Ik was inmiddels een kei in superstreng zijn voor mezelf. Ik bleef mezelf maar te dik vinden, dus ik bleef dwangmatig hardlopen en te weinig eten. Doordeweeks ging het goed in de dagbehandeling , maar in het weekend, als ik weer thuis was, verviel ik in mijn oude gedrag. Ik leefde op mijn dieptepunt op appels. En af en toe een plak ontbijtkoek.

Met de liefde werd ook de kinderwens geboren. Toen dat kleine mannetje in mijn buik zat, had ik een afspraak met mezelf: ik zou heel goed voor mezelf en voor mijn kindje gaan zorgen, want hij moest het goede voorbeeld krijgen en een onbezorgde jeugd leiden. Dat dat in de praktijk niet zo makkelijk was, daar kwam ik al snel achter. Onverwerkte jeugdherinneringen van mezelf borrelden op na zijn geboorte, ik wilde die pijn niet voelen, en dus had ik mijn eetstoornis des te harder nodig om overeind te blijven. Tegelijk wilde ik er juist zo graag vanaf. Daarom doet het me nog steeds zoveel pijn als mensen zeggen: ‘doe het dan voor je kind.’ Ik wilde niks liever, geloof me. Met ups en downs krabbelde ons leven voort. Ik heb heel lang gedacht: ‘het is eenmaal niet anders, dit laatste restje eetstoornis hoort bij mij’.

Ik had op dat moment nog steeds psychologische nazorg bij de GGZ, ik had het gevoel dat het voor mij niet weggelegd was om volledig te herstellen, anders had dat me inmiddels toch wel moeten lukken in al die jaren?. Tot ik in 2011 opnieuw op een keerpunt kwam. Een klasgenootje van mijn zoontje was overleden aan de gevolgen van een hersentumor in 2010, op 5 jarige leeftijd, en ter nagedachtenis wilde ik geld inzamelen door een marathon te gaan lopen en sponsorgeld op te halen voor Kika. Ik moest nog meer trainen van mezelf. Werkte naar die marathon toe. Drie uur per dag.

Ik dacht eindelijk, nu kan lopen iets goeds doen. Maar daarna bleef ik in die modus hangen, een jaar later dus nog steeds belachelijk veel lopen. Op een dag, liep ik in Mariëndal, dacht ik: ‘hoe voel ik me nu eigenlijk?’ En tegelijkertijd: ‘als ik daar echt over na ga denken, dan stort ik in.’ Ik kon niet meer, wilde niet meer,ik was helemaal uitgeput. Het GGZ heeft me uiteindelijk doorverwezen naar Human Concern. Wat ik daar meemaakte bij de intake had ik nog nooit meegemaakt: Er was een therapeut die mij écht begreep,zij vertelde mij haar eigen verhaal en ik wist dat zij de eerste was die mij werkelijk snapte! Omdat ze ervaringsdeskundige was. Dat was voor het eerst in mijn hele leven dat ik durfde te geloven dat volledig herstellen wel degelijk mogelijk is, ook voor mij.

Ik besloot er voor de volle honderd procent voor te gaan en had ook die eerste dag al een besluit genomen: Als het mij ooit lukt, om net als die therapeut te herstellen van mijn eetstoornis, dan moet, wil- en zal ik hier ook iets mee gaan doen: een missie! Ik weet dat herstellen van een eetstoornis mogelijk is, en dat het leven zonder die eetstoornis zoveel rijker en mooier is, maar dat je daar wel hulp, hoop en geloof voor nodig hebt. En die vind je bij iemand die zelf dit gevecht overwonnen heeft. Ik ben erachter gekomen, dat ik eigenlijk heel goed weet wat ik wil, maar daar nooit naar durfde te luisteren uit angst voor afwijzing of falen. Ik ben, ik kan, dat is wat ik nu weet.

Ik heb in mijn klinische opname Be-leef in Portugal zicht gekregen op de kern van mijn eetstoornis, waarom ik hem zo hard nodig had, wat ik niet wilde voelen,en daar in Portugal was er de veiligheid om het eens WEL te gaan voelen, ik heb mijn ziel met traanwater schoongespoeld, en daarna kon ik eindelijk gaan helen.

Nu doe ik er alles aan om zelf ervaringsdeskundige te worden. Ik ben begonnen met cursussen bij R.C.O. De Hoofdzaak om mijn eigen ervaringen te leren inzetten , zodat ik anderen ook kan ondersteunen in hun eigen herstelproces , en lezingen geven. Ik heb grootse plannen, maar het kost tijd. Ik wil een praatgroep in Den Helder opzetten. Zodat mensen herkenning en steun bij elkaar kunnen vinden door hun worsteling met elkaar te delen.

Want ik wil 1 belangrijk aspect uitdragen: mensen zouden niet óver iemand moeten praten, maar mét iemand. Al die mensen die achter mijn rug zeiden: ‘zag je haar gaan, da’s die anorexia ‘ en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, pijnlijk. Ik had liever gezien dat ze me aan hadden gesproken met ‘ik maak me zorgen om je, gaat het wel goed met je?’ Dat men hun bezorgdheid hadden uitgesproken .Want dat raakt veel meer. Ik eet nu alles, ook taart! Toen mijn zus jarig was dacht ik niet: ‘o,jee, hoe kom ik er nu weer onderuit om taart te eten?’, maar: ‘wat zou ze gemaakt hebben?’ Want mijn zusje, die kan heerlijke taarten maken!

Het is nu zelf zo dat ik erop moet letten dat ik wel genoeg fruit op een dag binnen krijg: terwijl ik vroeger leefde op fruit!

Dit jaar deed ik weer mee met de Hel van het Noorden, 25 kilometer hardlopen van Den Helder naar Schagen. Dit keer was er niet die dwangmatige eetstoornis-stem die mij naar de finish schreeuwde, nee deze keer moest ik het vanuit mijn eigen kracht doen. Én met een kilo of acht extra lichaamsbagage. Nou ik kan je vertellen, dat viel nog niet mee ha ha!” Ik kom er nu achter hoe gecontroleerd ik heb geprobeerd te leven, en dat ik zwaar over mijn eigen grens gegaan ben daarin.

Telefoonnummer: 0651054806
Willemsoord 29 A
1781 AS, Den Helder